54. Tamar

Via Tamar behield Juda op een bijzondere manier zijn stam

In Genesis 38 onderbreekt de Bijbel het verhaal van Jozef, nadat hij op advies van Juda was verkocht. De camera zoomt een hoofdstuk lang dieper in op deze Juda, met een verhaal waarvan je je eerst afvraagt wat je ermee aan moet. Het is een script waar iedere soapschrijver van zou smullen.

Blijkbaar had Juda genoeg van zijn broers en zijn treurende vader. Hij sloot zich aan bij een zekere Chira, trouwde met de dochter van ene Sua en kreeg drie zonen: Er, Onan en nakomertje Sela. Voor Er koos hij Tamar als vrouw. Maar Er was slecht en God zorgde ervoor dat hij stierf. In die tijd gold het zwagerhuwelijk. Wanneer een man kinderloos stierf, werd zijn echtgenote automatisch toegewezen aan zijn broer. Broer Onan moest het nageslacht van Er veiligstellen door alsnog bij Tamar een kind te verwekken.

Onan trouwde met Tamar, dus voor het oog van de mensen deed hij zijn plicht. Bij het vrijen ging hij echter telkens voor het zingen de kerk uit. Hij wilde niet dat Tamar kinderen kreeg. Dan hoefden zijn eigen kinderen later Juda’s erfenis niet met hen te delen. De naam van Er zou zo uitsterven door Onans zelfzucht. Tamar kon geen kant uit vanwege haar huwelijk met Onan. Daarom liet God ook Onan sterven.

Juda stuurde Tamar terug naar haar vader om te wachten tot Sela, zijn laatste zoon, oud genoeg was. Dan kon hij met haar trouwen en voor zijn overleden slechte broers kinderen maken. Maar Juda traineerde het proces uit angst dat ook Sela zou sterven. Ondertussen overleed Juda’s eigen vrouw ook. Toen hij na zijn rouwtijd met Chira naar zijn schaapscheerders ging kijken, trok Tamar haar weduwedracht uit, vermomde zich als prostituee en wachtte hem op langs de weg.

Juda herkende Tamar niet. Als weduwnaar stond hij droog en wilde wel gebruik maken van de diensten van deze dame. Als vergoeding beloofde hij dat ze een geitenbokje zou krijgen. Tamar vroeg als onderpand ‘het snoer met uw zegel en de staf die u in uw hand hebt’. Niet alleen kreeg ze zo Juda’s paspoort en creditcard in handen – dat was de betekenis van zijn zegel –, maar in feite ook zijn geslachtslijn. In het Hebreeuws zijn ‘staf’ en ‘stam’ namelijk hetzelfde woord. De volgende dag wilde Chira namens Juda het geitenbokje afgeven, maar kon haar niet vinden. Tamar was naar huis gegaan en droeg weer weduwekleren. Juda besloot daarop zijn onderpanden dan maar te laten zitten, ‘anders maken we onszelf nog belachelijk’.1 Na drie maanden bleek dat Tamar zwanger was. Wat Er en Onan in twee huwelijken niet voor elkaar hadden gekregen, was Juda in een one night stand gelukt. Toen Juda hoorde dat zij voor hoer had gespeeld, was hij verbolgen: ‘Breng haar de stad uit, ze moet verbrand worden.’2 Daarop liet Tamar een pakket met spullen van de verwekker afleveren. Het bevatte Juda’s eigen zegel, snoer en staf – hij kreeg zijn geslachtslijn weer terug. Daarop erkende Juda dat Tamar volledig in haar recht stond. Hij had haar onterecht Sela onthouden. Juda had verder geen seks meer met haar.

Het wegvallen van Er en Onan werd in één klap gecompenseerd doordat Tamar beviel van een tweeling. Eerst verscheen een handje, waar de vroedvrouw snel een draad om bond. Het handje trok zich weer terug, waarna als eerste de zoon zonder draad rond zijn pols werd geboren. Hij kreeg de naam Peres (Baanbreker). Zonder het te beseffen, herstelde in dit opmerkelijke verhaal de stamvader zelf, Juda, de doodlopende geslachtslijnen van zijn slechte zonen Er en Onan. In latere regelgeving zal dit ‘(ver)lossen’ gaan heten. Zijn verhaal groeide zelfs uit tot een zegenwens: ‘Moge uw huis worden als het huis van Peres, de zoon van Tamar en Juda.’3 Via Peres loopt de lijn naar toekomstige koningen als David en Salomo en uiteindelijk naar Jezus. Hier móet een dubbele bodem onder liggen.

1. Genesis 38:18,23
2. Genesis 38:24
3. Ruth 4:12

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.