136. Gezalfd

Jezus werd bij zijn doop gezalfd met de heilige Geest en werd daardoor de gezalfde

Toen kwam ook Jezus naar Johannes om zich te laten dopen.1 Johannes snapte niet dat Jezus door hem gedoopt wilde worden. Er hoefde van Jezus toch geen slechtheid afgewassen te worden, al was het symbolisch? Maar Jezus stond erop. Hij eiste geen vrijstellingen. Jezus erkende dat Johannes deed wat God hem had opgedragen. Dat liet Jezus volledig over zich heen komen. Daarbij kwam dat Jezus’ doop zijn lot voorspiegelde. Hij was gekomen om te sterven en weer op te staan uit de dood. Dat is wat de christelijke doop nu, in de eenentwintigste eeuw, nog steeds betekent.

Zodra Jezus uit het water omhoog kwam, opende de hemel zich. Een open hemel brengt in de Bijbel altijd overvloed: water, brood en zegeningen.2 De overdaad van dit moment bestond eruit dat nu de Geest van God als een duif vol op Jezus neerdaalde.

Net als in het Nederlands, wijst de duif in de bijbelse talen op een geliefde, met name op zijn of haar ogen.3 Jesaja beschrijft hoe duiven snellen naar hun til, hun thuis.4 Dit neerdalen van de Geest als een duif wijst op een hereniging van geliefden. Maar het waren toch niet alleen Zoon en Geest? Waar was de Vader?

Uit de hemel klonk zijn stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’5 Onmiddellijk schoten bij de toehoorders verschillende delen uit de Schrift te binnen. De term zoon gebruikte God in Psalm 2 voor de gezalfde, de messias. Hij zal heersen tot de einden van de aarde. De geliefde zoon deed gelijk denken aan Isaak, de geliefde zoon van Abraham die hij moest offeren.6 Dus niet alleen de symboliek van Jezus’ doop (zijn begrafenis en opstanding) duidde op Jezus’ bestemming. Ook dat de Vader hem zijn ‘geliefde Zoon’ noemde, herinnerde aan een geliefd kind dat op een altaar terecht kwam.

Bij de woorden ‘in hem vind ik vreugde’ in combinatie met het afdalen van de Geest dacht iedereen direct aan wat God door Jesaja had laten opschrijven over zijn dienaar: ‘Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld.’ Over hem schreef Jesaja ook: ‘Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open … Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich.’ Jesaja liet deze met de geest vervulde figuur tenslotte zeggen: ‘De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd.’7

De verwachtingen over zowel de messias, Gods geliefde Zoon, én Gods lijdende dienaar balden zich zo samen en vervulden zich in één persoon, Jezus. Op het door Daniël aangezegde moment daalde op hem de Geest neer als zalving.8 Dat maakte hem tot de messias, de gezalfde. De Vader erkende hem als zijn Zoon. Zo was de goddelijke volheid in hem. Jesaja noemde hem dan ook Immanuel: ‘God met ons’.9 Nu gaan we goed opletten. Hoe is God, als hij mens onder de mensen is?

1. Dit hoofdstuk is gebaseerd op Matteüs 3:13-17; Marcus 1:9-11; Lucas 3:21,22 en Johannes 1:32-34
2. Genesis 7:11; Psalm 78:23,24; Maleachi 3:10
3. Hooglied 1:15; 2:14; 4:1; 5:2,12; 6:9. In Openbaring 5:6 symboliseren zeven ogen bij het lam Gods Geest.
4. Jesaja 60:8
5. Matteüs 3:17
6. Psalm 2:6,7; Genesis 22:2,12,16 (Grieks). Ook de enige geliefde dochter van Jefta in Rechters 11:34 (Grieks).
7. Jesaja 42:1; 53:7,11; 61:1 (cursiveringen door mij aangebracht)
8. Daniël 9:25, Handelingen 10:37,38 en 1 Johannes 2:20-27. Zie ook hoofdstuk 119.
9. Jesaja 7:14; Matteüs 1:23